Gewijzigdemotie van het lid Grinwis c.s

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer heeft op 29 september 2026 ingestemd met de gewijzigdemotie van het lid Grinwis c.s. over het baseren van de inbrengwaarde van grond op de residuelewaardemethodiek. Met deze motie verzoekt de regering om het waardebepalingsvoorschrift, artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit, aan te passen en de inbrengwaarde van grond zo mogelijk vanaf 1 januari 2028 en uiterlijk per 1 januari 2029 te bepalen op basis van de residuelewaardemethodiek.

In de motie wordt overwogen dat de bepaling van de waarde van de verworven gronden op basis van de residuele methode, waarbij de waarde wordt afgeleid van de opbrengst van de ontwikkeling minus de kosten daarvan, speculatief hoge verwervingsprijzen uitbant, maar de verwerving van gronden niet zal doen stagneren, waarmee verruiming van het kostenverhaal door invoering van de residuele waarde de snelst en best uitvoerbare methode is met de minste nadelen.

Of deze overweging in de motie als zodanig uitwerking krijgt, zal blijken. Heideweg Taxatie & Advies houdt het in de gaten.

Scroll naar boven